
Zorgen jouw producten of diensten ervoor dat je klanten minder CO₂ uitstoten? Dan heb je een sterk verhaal te vertellen, aan klanten, investeerders én je eigen medewerkers. Vermeden emissies maken die bijdrage meetbaar. Maar het is ook een van de meest kwetsbare cijfers in klimaatcommunicatie: wie te ruim rekent of het cijfer verkeerd inzet, riskeert beschuldigingen van greenwashing en reputatieschade. En nu de Europese EmpCo-regels rond groene claims gelden, ligt de lat voor onderbouwde milieuclaims hoger dan ooit.

Steeds meer bedrijven schrijven hun duurzaamheidsrapport, claims of ESG-antwoorden met AI. Sinds deze zomer gelden daarvoor nieuwe regels: de transparantieregels van de AI Act sinds 2 augustus 2026 en EmpCo sinds 27 september 2026.
De kern: AI versnelt het werk, maar neemt de verantwoordelijkheid niet over. Competente menselijke eindredactie bepaalt mee of je een AI-label nodig hebt, en voorkomt dat een vage claim of een geschat cijfer je een EmpCo-sanctie of reputatieschade oplevert.

De Land Sector and Removals Standard (LSRS) van het Greenhouse Gas Protocol hertekent de manier waarop bedrijven landgebaseerde emissies en CO₂-verwijderingen berekenen en erover rapporteren. De standaard vraagt veel, en vooral veel gedetailleerde data. Maar achter al die technische vereisten zit één heldere logica: meten om te handelen.

Op 27 september 2026 moet je B2C-communicatie in lijn zijn met de EmpCo-richtlijn. Vage claims over duurzame eigenschappen van producten zijn dan niet meer toegelaten. Waar focus je de komende weken op, en wat kan je daarna nog aanpakken?

Hoe pak je het aan wanneer je eigen kwaliteitslabel – en decommunicatie eromheen – grondig herbekeken moet worden in het licht van deEmpCo-richtlijn? Een sectororganisatie die een gevestigd kwaliteitslabel voorconsumentenproducten beheert, klopte hiervoor aan bij Pantarein. Deze caseillustreert hoe zo'n traject er in de praktijk uitziet.
.jpg)
Wie zich in corporate waterstrategie verdiept, botst vandaag al snel op een alfabetsoep van kaders: Aqueduct, SBTN, AWS, CDP, GRI 303, ESRS E3, TNFD, CEO Water Mandate … Ze hebben elk een eigen doel en functie, en zijn zelden onderling uitwisselbaar. In deze insight brengen we structuur in dat landschap. Ontdek hoe de kaders elkaar aanvullen en de bouwstenen vormen van een robuuste waterstrategie.

Terwijl Vlaanderen opnieuw kampt met hittegolven en droogte, groeit de druk op bedrijven: water wordt schaarser, regelgeving strenger en de impact op de bedrijfsvoering almaar concreter. Toch wordt het risico vaak pas zichtbaar wanneer het te laat is – bij een droge zomer, beperking op grondwaterwinning of wanneer een leverancier moet afschalen. In dit artikel laten we zien hoe je van waterrisico naar waterstrategie gaat.
Onze regio behoort tot de waterarmste van Europa. Volgens de Aqueduct Water Risk Atlas van het World Resources Institute overtreft de Vlaamse watervraag nu al structureel het aanbod. Vlaanderen heeft een negatieve waterbalans – en de druk op het grondwater blijft jaar na jaar toenemen.
De oorzaken versterken elkaar. Intensieve landbouw en industrie vragen veel water. Door de hoge verhardingsgraad infiltreert regenwater minder gemakkelijk in de bodem. En klimaatverandering leidt tot extremen: hevigere regenbuien die rivieren en rioleringsnetten overbelasten, afgewisseld met langere periodes van droogte die de waterreserves uitputten. De droge zomers van 2017, 2018, 2022 en 2025 waren geen uitzonderingen, maar signalen van een structurele verschuiving.
Voor bedrijven die afhankelijk zijn van water – in sectoren als voeding, chemie, farmaceutica, textiel en papier – vertaalt die ontwikkeling zich in concrete risico’s: waterschaarste, beperkingen op grondwaterwinning, strengere lozingsnormen en stijgende kosten voor waterinname en -verwerking.

Veel bedrijven die door de EU-Omnibus buiten de CSRD-scope vallen, merken dat de druk vanuit hun keten daarmee niet verdwijnt. Klanten, moederbedrijven en banken blijven ESG-vragenlijsten sturen – over CO₂-uitstoot, arbeidsomstandigheden, governance en due diligence in de keten. Als leverancier of partner ben je misschien niet verplicht om over die thema’s te rapporteren, maar als je de relatie met je sleutelpartners wilt behouden, kun je die vragen moeilijk negeren.

Op 12 augustus 2026 treden de eerste PPWR-verplichtingen in werking. Het is dus kort dag, maar in de praktijk stellen we vast dat veel bedrijven nog niet klaar zijn. De praktische vertaalslag blijkt complexer dan verwacht. Wat verandert er concreet over zes weken, en waar lopen organisaties nog op vast?