De ESPR en het digitaal productpaspoort: wat je moet weten

Met de ecodesign-verordening (ESPR) en het digitaal productpaspoort (DPP) wil de Europese Unie de komende jaren heel wat fysieke producten die op de Europese markt komen duurzamer, energie-efficiënter en circulairder maken. Maar wat legt de ESPR precies vast, welke verplichtingen gelden nu al, en welke volgen nog?

October 21, 2026
Due Diligence

Wat is de ESPR?

De Ecodesign for Sustainable Products Regulation (Verordening (EU) 2024/1781) trad op 18 juli 2024 in werking. Ze vervangt de oude ecodesign-richtlijn, die alleen gold voor energiegerelateerde producten, en breidt het toepassingsgebied uit naar heel wat fysieke goederen die op de Europese markt worden gebracht, inclusief onderdelen en tussenproducten.

‍

Een beperkt aantal categorieën valt buiten de verordening: voeding en diervoeder, geneesmiddelen, levende planten en dieren, voertuigen en producten die uitsluitend voor defensie of nationale veiligheid bestemd zijn.

‍

Belangrijk

‍

  • Een aantal verplichtingen volgen rechtstreeks uit de ESPR, zoals die rond de vernietiging van onverkochte producten, waar we hieronder op terugkomen.
  • Voor productspecifieke ecodesign-eisen vormt de ESPR een kaderverordening: de Europese Commissie werkt die eisen uit via gedelegeerde handelingen per productgroep of horizontaal, voor meerdere productgroepen tegelijk.

‍

Pas wanneer de gedelegeerde handeling voor jouw product is vastgesteld, weet je welke eisen gelden en vanaf wanneer.

Welke eisen mag je verwachten?

Elke gedelegeerde handeling legt twee soorten eisen vast:

‍

  1. Prestatie-eisen, zoals een minimale levensduur, uitgedrukt in gebruikscycli, of een minimumpercentage aan gerecycled materiaal;
  2. Informatie-eisen, zoals de verplichte bekendmaking van een repareerbaarheidsscore of van de materiaalsamenstelling.

‍

De eisen kunnen betrekking hebben op de volledige levenscyclus van een product. In grote lijnen draaien ze rond vier thema's:

‍

  1. Duurzaamheid en betrouwbaarheid: levensduur, herstelbaarheid en het vermijden van vroegtijdige veroudering.
  2. Circulariteit: hergebruik, remanufacturing, recycleerbaarheid en het gebruik van gerecycled materiaal.
  3. Hulpbronnen: energie- en waterverbruik tijdens gebruik.
  4. Afval en vervuiling: afvalproductie en uitstoot van microplastics.

Welke producten komen eerst aan bod?

In april 2025 keurde de Europese Commissie het Ecodesign and Energy Labelling Working Plan 2025-2030 goed. Dat bepaalt de volgorde waarin productgroepen aan bod komen:

‍

  1. IJzer en staal: 2026 (indicatief)
  2. Textiel en kleding, banden en aluminium: 2027 (indicatief)
  3. Meubels (2028) en matrassen (2029)
  4. Elektronica en kleine huishoudtoestellen: horizontale maatregelen, bijvoorbeeld rond repareerbaarheid en recyclage

‍

Bij de publicatie van dit artikel had de Commissie nog geen productspecifieke gedelegeerde handeling vastgesteld. Tussen de publicatie van zo'n handeling en de toepassing van de nieuwe eisen geldt doorgaans een ruime overgangstermijn van minstens achttien maanden. Voor energiegerelateerde producten blijven de bestaande ecodesign-maatregelen intussen van kracht.

Het digitaal productpaspoort

Het digitaal productpaspoort (Digital Product Passport – DPP) is het centrale instrument binnen de ESPR. Het bevat productinformatie die toegankelijk is via een datadrager op het product of de verpakking – meestal een QR-code.

‍

Het DPP wordt in principe verplicht voor producten die onder een gedelegeerde handeling vallen. Het concept is niet helemaal nieuw: ook andere Europese regelgeving voorziet in productpaspoorten of vergelijkbare informatievereisten. Zo regelt de batterijverordening het batterijpaspoort, dat vanaf februari 2027 het eerste verplichte digitale productpaspoort in de EU wordt. Ook voor bouwproducten, speelgoed en detergenten bestaan er sectorale regels rond productinformatie.

‍

Een digitaal productpaspoort bevat typisch de volgende informatie:

‍

  • productprestaties in relatie tot de relevante productparameters;
  • instructies voor installatie, gebruik, onderhoud en herstel;
  • instructies voor teruggave of afvalverwerking aan het einde van de levensduur;
  • gegevens over duurzaamheid en conformiteit, materiaalsamenstelling en herkomst.

Ook de EU-conformiteitsverklaring kan in het DPP worden opgenomen. In die verklaring bevestigt de fabrikant dat zijn product voldoet aan de toepasselijke Europese wetgeving. Ze vormt mee de onderbouwing van de CE-markering, die van toepassing blijft waar de relevante wetgeving dat vereist.

‍

De Europese Commissie werkt daarnaast aan een centraal register voor digitale productpaspoorten, dat ook met het douanesysteem wordt verbonden. Zonder geldig paspoort zal een product niet meer op de EU-markt worden toegelaten.

Welke verplichtingen gelden al?

Het verbod op de vernietiging van onverkochte goederen volgt, zoals aangestipt, rechtstreeks uit de ESPR en is al van kracht. In aparte uitvoeringsregels heeft de EU afwijkingen en het format van de bekendmaking vastgelegd.

‍

Dit geldt nu al:

‍

  • Algemene zorgplicht: bedrijven moeten maatregelen nemen om de vernietiging van onverkochte consumentenproducten (overschotten, retouren, restvoorraad) te vermijden.
  • Verbod op de vernietiging van kleding, kledingaccessoires en schoeisel: voor grote ondernemingen geldt dit verbod sinds 19 juli 2026; middelgrote ondernemingen volgen op 19 juli 2030. Kleine en micro-ondernemingen zijn vrijgesteld.
  • Transparantieplicht: bedrijven moeten op hun website bekendmaken wat er met onverkochte producten gebeurt en welke maatregelen ze hebben genomen en zullen nemen om vernietiging te vermijden.

‍

De handhaving gebeurt door de lidstaten, die nationale sancties kunnen opleggen. Bedrijven die in meerdere EU-landen actief zijn, moeten dus met verschillende sanctieregimes rekening houden.

Waarom nu starten?

De grootste inspanning voor de ESPR ligt niet in de naleving van de regels, maar in de productdata die daarvoor nodig zijn. Informatie over materiaalsamenstelling, herkomst, gehalte aan gerecycled materiaal en herstelbaarheid zit vandaag verspreid bij verschillende leveranciers. Het kost tijd om ze te verzamelen en te structureren.

‍

Daarbij komt de vraag naar productdata, die nog sneller groeit dan de regelgeving. Inkopers van grote retailers en original equipment manufacturers (OEM's) vragen vandaag al naar productinformatie die ook voor een productpaspoort relevant kan zijn. En nu de EmpCo-richtlijn strengere eisen stelt aan milieuclaims, wordt onderbouwde productinformatie ook een fundament onder jouw duurzaamheidscommunicatie en die van je klanten.

‍

Het goede is: dat hoeft niet tot dubbel werk te leiden. Wie al een levenscyclusanalyse (LCA) heeft uitgevoerd of een product carbon footprint (PCF) heeft laten berekenen, heeft de basis voor toekomstige prestatie-eisen en de inhoud van een DPP al voor een groot deel gelegd. En wie al structureel duurzaamheidsdata verzamelt, bijvoorbeeld voor de Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) of de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), kan die activiteit integreren in één consistente aanpak.

Onze aanpak

Pantarein helpt bedrijven zich voor te bereiden op de ESPR.

‍

We werken in vier stappen:

‍

  1. Scan en toepasselijkheidsanalyse – We brengen in kaart of, wanneer en via welke productgroep de ESPR jouw bedrijf raakt. Die scan vertalen we vervolgens naar een prioriteitenmatrix per productportfolio. We koppelen de scan aan bestaande ESRS-, PPWR- en EmpCo-analyses, zodat je één geïntegreerd complianceoverzicht krijgt.
  2. Voorbereiding op het digitaal productpaspoort – Via een gapanalyse bekijken we welke productdata je al hebt en welke nog ontbreken. Vervolgens werken we samen een structuur uit voor dataverzameling en governance: wie levert welke gegevens aan, en hoe hou je ze actueel? Waar mogelijk hergebruiken we bestaande LCA- en PCF-data.
  3. Ondersteuning bij het verbod op de vernietiging van onverkochte producten – We toetsen je huidige aanpak van onverkochte voorraad en retouren, stellen het verplichte transparantiebericht voor je website op en adviseren je over alternatieve bestemmingen, zoals schenking, herverkoop of recyclage.
  4. Strategisch advies en opvolging – Zodra een gedelegeerde handeling van de Europese Commissie wordt vastgesteld die voor jou relevant is, lichten we je in. Daarna vertalen we de nieuwe eisen naar concrete actieplannen voor productontwikkeling en inkoop, en naar communicatie die je inspanningen zichtbaar maakt.

Wil je weten of je onder de ESPR valt?

Of vraag je je af of je de nodige data al hebt verzameld voor een toekomstig digitaal productpaspoort? Plan een vrijblijvend gesprek met een van onze experts via mail@pantarein.be. We bekijken samen waar je vandaag staat en welke stappen nu al zinvol zijn.