Met de ecodesign-verordening (ESPR) en het digitaal productpaspoort (DPP) wil de Europese Unie de komende jaren heel wat fysieke producten die op de Europese markt komen duurzamer, energie-efficiënter en circulairder maken. Maar wat legt de ESPR precies vast, welke verplichtingen gelden nu al, en welke volgen nog?
De Ecodesign for Sustainable Products Regulation (Verordening (EU) 2024/1781) trad op 18 juli 2024 in werking. Ze vervangt de oude ecodesign-richtlijn, die alleen gold voor energiegerelateerde producten, en breidt het toepassingsgebied uit naar heel wat fysieke goederen die op de Europese markt worden gebracht, inclusief onderdelen en tussenproducten.
Een beperkt aantal categorieën valt buiten de verordening: voeding en diervoeder, geneesmiddelen, levende planten en dieren, voertuigen en producten die uitsluitend voor defensie of nationale veiligheid bestemd zijn.
Belangrijk
Pas wanneer de gedelegeerde handeling voor jouw product is vastgesteld, weet je welke eisen gelden en vanaf wanneer.
Elke gedelegeerde handeling legt twee soorten eisen vast:
De eisen kunnen betrekking hebben op de volledige levenscyclus van een product. In grote lijnen draaien ze rond vier thema's:
In april 2025 keurde de Europese Commissie het Ecodesign and Energy Labelling Working Plan 2025-2030 goed. Dat bepaalt de volgorde waarin productgroepen aan bod komen:
Bij de publicatie van dit artikel had de Commissie nog geen productspecifieke gedelegeerde handeling vastgesteld. Tussen de publicatie van zo'n handeling en de toepassing van de nieuwe eisen geldt doorgaans een ruime overgangstermijn van minstens achttien maanden. Voor energiegerelateerde producten blijven de bestaande ecodesign-maatregelen intussen van kracht.
Het digitaal productpaspoort (Digital Product Passport – DPP) is het centrale instrument binnen de ESPR. Het bevat productinformatie die toegankelijk is via een datadrager op het product of de verpakking – meestal een QR-code.
Het DPP wordt in principe verplicht voor producten die onder een gedelegeerde handeling vallen. Het concept is niet helemaal nieuw: ook andere Europese regelgeving voorziet in productpaspoorten of vergelijkbare informatievereisten. Zo regelt de batterijverordening het batterijpaspoort, dat vanaf februari 2027 het eerste verplichte digitale productpaspoort in de EU wordt. Ook voor bouwproducten, speelgoed en detergenten bestaan er sectorale regels rond productinformatie.
Een digitaal productpaspoort bevat typisch de volgende informatie:
Ook de EU-conformiteitsverklaring kan in het DPP worden opgenomen. In die verklaring bevestigt de fabrikant dat zijn product voldoet aan de toepasselijke Europese wetgeving. Ze vormt mee de onderbouwing van de CE-markering, die van toepassing blijft waar de relevante wetgeving dat vereist.
De Europese Commissie werkt daarnaast aan een centraal register voor digitale productpaspoorten, dat ook met het douanesysteem wordt verbonden. Zonder geldig paspoort zal een product niet meer op de EU-markt worden toegelaten.
Het verbod op de vernietiging van onverkochte goederen volgt, zoals aangestipt, rechtstreeks uit de ESPR en is al van kracht. In aparte uitvoeringsregels heeft de EU afwijkingen en het format van de bekendmaking vastgelegd.
Dit geldt nu al:
De handhaving gebeurt door de lidstaten, die nationale sancties kunnen opleggen. Bedrijven die in meerdere EU-landen actief zijn, moeten dus met verschillende sanctieregimes rekening houden.
De grootste inspanning voor de ESPR ligt niet in de naleving van de regels, maar in de productdata die daarvoor nodig zijn. Informatie over materiaalsamenstelling, herkomst, gehalte aan gerecycled materiaal en herstelbaarheid zit vandaag verspreid bij verschillende leveranciers. Het kost tijd om ze te verzamelen en te structureren.
Daarbij komt de vraag naar productdata, die nog sneller groeit dan de regelgeving. Inkopers van grote retailers en original equipment manufacturers (OEM's) vragen vandaag al naar productinformatie die ook voor een productpaspoort relevant kan zijn. En nu de EmpCo-richtlijn strengere eisen stelt aan milieuclaims, wordt onderbouwde productinformatie ook een fundament onder jouw duurzaamheidscommunicatie en die van je klanten.
Het goede is: dat hoeft niet tot dubbel werk te leiden. Wie al een levenscyclusanalyse (LCA) heeft uitgevoerd of een product carbon footprint (PCF) heeft laten berekenen, heeft de basis voor toekomstige prestatie-eisen en de inhoud van een DPP al voor een groot deel gelegd. En wie al structureel duurzaamheidsdata verzamelt, bijvoorbeeld voor de Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) of de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), kan die activiteit integreren in één consistente aanpak.
Pantarein helpt bedrijven zich voor te bereiden op de ESPR.
We werken in vier stappen:
Of vraag je je af of je de nodige data al hebt verzameld voor een toekomstig digitaal productpaspoort? Plan een vrijblijvend gesprek met een van onze experts via mail@pantarein.be. We bekijken samen waar je vandaag staat en welke stappen nu al zinvol zijn.