Als je bedrijf voedsel verwerkt, biomassa gebruikt, agrogrondstoffen inkoopt of CO₂-verwijderingen rapporteert, dan staat er een belangrijke verandering voor de deur. Vanaf 1 januari 2027 geldt de Land Sector and Removals Standard (LSRS) als verplichte internationale standaard voor koolstofboekhouding. En die brengt heel wat meer met zich mee dan een extra rapporteringslaag.
De LSRS is de eerste sectorspecifieke standaard van het GHG Protocol die zich richt op emissies en verwijderingen uit landgebruik, landgebruiksverandering en biogene CO₂-stromen. Tot nu toe ontbrak een internationale norm op dit vlak, met als gevolg dat emissies uit landbouw en biomassa structureel werden ondergerapporteerd of verkeerd geclassificeerd.
De LSRS vervangt de bestaande Corporate Standard of Scope 3 Standard niet, maar is een verplichte aanvulling zodra een bedrijf binnen de scope valt. Het is dus geen vrijwillige optie, maar een bijkomende vereiste.
De LSRS is van toepassing op bedrijven met significante landgerelateerde activiteiten – zowel in de eigen activiteiten als in de waardeketen. Concreet gaat het om:
Let op: bosbouw valt voorlopig buiten LSRS V1.0, maar bedrijven met bosbouwactiviteiten die SBTi- FLAG-doelstellingen nastreven, wordt aangeraden vrijwillig te rapporteren.
1. Nieuwe boekhoudcategorieën voor landemissies
De LSRS introduceert gedetailleerde rapportagecategorieën die bedrijven verplichten hun emissies veel preciezer in kaart te brengen. Denk aan emissies door landgebruikverandering (bv. ontbossing), nettoveranderingen in CO₂-opslag in de bodem, en productie-emissies zoals methaan uit rijstteelt of lachgas uit bemesting. Dit vereist niet alleen nieuwe data, maar ook een herziening van bestaande GHG-inventarissen.
2. Biobrandstoffen zijn niet langer CO₂-neutraal
Dit is een van de meest ingrijpende verschuivingen. Biobrandstoffen en biomassa mogen onder de LSRS niet meer als CO₂-neutraal beschouwd worden. Bij verbranding komt immers evenveel CO₂ vrij als bij fossiele brandstoffen. Bedrijven die biobrandstoffen produceren of gebruiken, moeten de volledige upstream levenscyclusemissies meenemen in hun GHG-inventaris. Dit heeft directe gevolgen voor bedrijven die op biobrandstoffen rekenden als een emissiearme oplossing.
3. Strenge regels voor CO₂-verwijderingen
Rapportering over CO₂-verwijderingen is optioneel, maar de eisen zijn streng. Het gaat om technieken zoals DACCS, BECCS, koolstofopslag in landbouwbodems, herbebossing, boslandbouw of biochar. Verwijderingen moeten fysiek traceerbaar zijn tot minstens de herkomstregio of productie-eenheid; boekhoudkundige claims los van de fysieke keten gelden niet als bewijs. Bovendien moeten ze permanent zijn – anders worden ze als emissies gerapporteerd.
De LSRS en het SBTi FLAG-raamwerk (Forest, Land and Agriculture) zijn nauw verweven. In maart 2026 publiceerde SBTi een geüpdatete FLAG Guidance V1.2, specifiek om beter aan te sluiten bij LSRS V1.0. Bedrijven die al FLAG-doelen hebben gezet met de draft LSRG uit 2022 hebben tijd tot het einde van hun vijfjaarlijkse evaluatie om deze te updaten volgens de geüpdatete standaard.
Er blijven wel verschillen: LSRS geldt voor alle bedrijven met ‘significante’ landactiviteiten, terwijl FLAG pas verplicht wordt wanneer landemissies meer dan 20% van de totale koolstofvoetafdruk uitmaken. Bovendien verplicht SBTi FLAG bedrijven tot een verbintenis tegen ontbossing voor hoog-risicogrondstoffen, wat LSRS niet doet.
De grootste uitdaging zit in de datakwaliteit en traceerbaarheid. Dat vraagt een gerichte aanpak:
De LSRS werd lang aangekondigd, maar is nu een realiteit. Pantarein begeleidt bedrijven bij het vertalen van de nieuwe standaard naar concrete stappen: van een analyse van je huidige GHG-inventaris tot een plan voor leveranciersengagement en traceerbaarheid. We volgen ook actief de publicaties van LSRG, database-updates en SBTi-richtlijnen op zodat jij altijd werkt met de meest actuele inzichten.
Wil je weten waar jouw organisatie staat ten opzichte van de LSRS? Neem contact op via mail@wearepantarein.be.